Rapport Wennink logo
English version

© 2026 - Rapport Wennink / Download rapport (PDF)

VOORWOORD & SAMENVATTING

Dit rapport is geschreven uit betrokkenheid bij ons land, en uit zorg over de richting die we opgaan. Nederland is een prachtig land - met slimme mensen, sterke bedrijven en een samenleving waarin we naar elkaar omkijken. Maar het fundament onder die kracht begint te verzakken. We voelen het allemaal: besluiten komen te traag, regels stapelen zich op, en de energie om samen problemen op te lossen lijkt weg te lekken. Onze sterke economische basis verkruimelt. Dat heeft grote gevolgen en gaat ons allemaal raken. Als we geen actie ondernemen zal onze kwaliteit van leven hard achteruit gaan.

De uitdagingen van onze tijd zijn groot en raken elk aspect van onze samenleving. Digitalisering, de onvoltooide energietransitie, een verhoogde veiligheidsdreiging, maar ook vergrijzing, woningnood en de druk op publieke diensten vragen om hernieuwde samenhang en actie. Achter al deze thema’s ligt dezelfde vraag: hoe behouden we Nederland als een land waar mensen vertrouwen hebben in elkaar, in hun overheid en in de toekomst?

De wereld om ons heen verandert razendsnel. Technologie en geopolitiek herschikken de machtsverhoudingen, waardoor wie niet meebeweegt en zich inzet om ook slimme oplossingen te ontwikkelen en verhandelen, afhankelijk raakt - niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk en geopolitiek. Voor Nederland, een land dat zijn geld verdient met handel, is dat schadelijk: zonder iets te ruilen heb je geen invloed in onderhandelingen. We willen als Nederland niet slechts toeschouwer zijn bij deze veranderingen, maar medevormgever van de toekomst. Die ambitie vraagt erom dat we opnieuw leren kiezen, samenwerken en handelen.

Gezien deze context gaat dit rapport over meer dan alleen ons concurrentievermogen. Het gaat over het versterken van onze maatschappelijke veerkracht: de capaciteit om als samenleving te vernieuwen, te herstellen en recht te doen aan de welvaart van huidige en toekomstige generaties. Digitalisering, klimaat, gezondheid en veiligheid zijn daarbij de grote opgaven van deze tijd.

Om die veerkracht te behouden en onze toekomstige welvaart veilig te stellen, moeten we investeren in wat groei mogelijk maakt: minder regeldruk, moderne infrastructuur, kennis en talent, maar ook onderling vertrouwen, bestuurlijke daadkracht en snelheid van handelen. Als we niet aan de slag gaan, verliezen we niet alleen banen en bedrijven, maar zullen we aanzienlijk inleveren op onze kwaliteit van leven. Elke dag dat initiatieven blijven steken in regels en procedures, verliezen we economische kansen en maatschappelijke energie. Elke dag dat noodzakelijke keuzes worden uitgesteld kost dat Nederland meer dan de investeringen die nu nodig zijn.

Wat me het meest raakte in de vele gesprekken voor dit rapport, is dat de wil om te verbeteren overal aanwezig is, maar dat mensen het gevoel hebben dat het systeem hen belemmert. In Nederland hebben we geprobeerd risico’s uit te sluiten met regels, maar zo ook de ruimte om te handelen verkleind. De democratisering van de besluitvorming en uitvoering is te ver doorgeschoten, waardoor juist besluiteloosheid regeert. Dit is funest voor het onderlinge vertrouwen - tussen overheid en bedrijfsleven, tussen beleid en uitvoering, tussen burgers en instituties.

Toch is er ook alle reden tot optimisme. Overal in het land ontmoet ik mensen en organisaties die willen bouwen aan de toekomst - ondernemers, docenten, onderzoekers, zorgverleners en ambtenaren. Hun bereidheid om te investeren, te vernieuwen en verantwoordelijkheid te nemen is groot. Wat zij vragen, is richting en ruimte. Nederland wil wel, maar het moet ook mogen.

Daarom gaat dit rapport over doen: Over de politieke moed om te kiezen, over leiderschap en over opnieuw leren samenwerken. Het doel hiervan is om onze economie van nieuwe impulsen te voorzien. Zo kunnen wij economische groei realiseren die ons in staat stelt om niet alleen de eerder genoemde maatschappelijke opgaves aan te gaan (en te financieren), maar ook toekomstige welvaart te creëren. De keuzes die nodig zijn, zullen schuren – omdat ze vragen om prioriteiten, om eerlijkheid en om offers. Maar als we willen dat Nederland ook voor volgende generaties een land blijft waar mensen kansen hebben, waar mensen goed onderwijs krijgen, waar mensen nodige zorg ontvangen en waar mensen veilig zijn, dan is dit het moment om te handelen.

Andere landen kiezen scherp waar ze in willen uitblinken: Zuid-Korea in halfgeleiders, Frankrijk in quantumtechnologie en innovatie, de VS en China in kunstmatige intelligentie (AI). Wij moeten onze eigen koers bepalen. Niet alleen uit concurrentiedrang, maar ook uit een gevoel van competentie, kracht en verantwoordelijkheid voor onze samenleving. Sterk zijn in chiptechnologie, duurzame energie, gezondheidsinnovatie en defensie is geen doel op zich, maar een middel om onze vrijheid, solidariteit en welvaart te behouden. Als toekomstige regeringen er niet in slagen te laten zien dat de overheid kan leveren – dat besluiten leiden tot verbetering in het dagelijks leven – zal het vertrouwen in onze democratie verder afbrokkelen. Vertrouwen win je niet met woorden, maar met daden: een woning die er wél komt, een vergunning die wél wordt verleend, een energienet dat wél werkt.

Nederland heeft alles in huis om dat waar te maken: kennis, creativiteit, kapitaal en een sterke traditie van samenwerken. Wat we nodig hebben is politieke moed om te kiezen, leiderschap om richting te geven en vertrouwen om het samen te doen.

De toekomst wacht niet. Dit is het moment om weer te bouwen aan een sterk Nederland. Een land dat niet alleen economisch succesvol is, maar ook verantwoordelijk, veerkrachtig en veilig is. Een land dat de toekomstige welvaart van volgende generaties zeker stelt. We hoeven het niet meer te bedenken. Laten we beginnen.

Peter Wennink

SAMENVATTING

Trage groei en technologische afhankelijkheid: waarom Nederland nu moet ingrijpen

Dit onafhankelijke advies geeft invulling aan de vraag om het Draghi-rapport, dat de toekomst van het Europese verdienvermogen schetst, te vertalen naar de Nederlandse context. Dit Rapport Wennink komt terwijl Nederland op een kruispunt staat. Jaren van economische voorspoed hebben geleid tot brede welvaart, een sterke sociale zekerheid en een hoge mate van geluk onder de bevolking. Maar deze verworvenheden bieden geen garantie voor de toekomst. Donkere wolken pakken zich samen boven de samenleving. De oorlog in Oekraïne, de vergrijzing van de bevolking, de noodzaak tot verduurzaming en de druk op publieke voorzieningen maken duidelijk dat het fundament onder onze welvaart begint te eroderen. Deze grote maatschappelijke opgaves vragen om fundamentele keuzes.

De kern van deze opgaves is economisch van aard: om de stijgende kosten voor zorg, pensioenen, defensie en de energietransitie te kunnen dragen, is een jaarlijkse economische groei van minimaal 1,5% tot 2,0% per jaar noodzakelijk. De huidige vooruitzichten zijn echter somber. De Nederlandsche Bank en Het Centraal Planbureau verwachten een groei van slechts 0,5% tot 0,9% per jaar op de middellange termijn – te weinig om onze voorzieningen op peil te houden, laat staan te verbeteren. Nederland dreigt het vermogen te verliezen om haar maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden.

Om dit tij te keren, is een structurele kentering nodig. Verdere economische groei zal vrijwel volledig uit hogere arbeidsproductiviteit moeten komen, terwijl onze productiviteit al decennia steeds minder groeit. We hebben een doorbraak nodig om deze trend te keren. Productiviteitsgroei is de enige duurzame manier om welvaart, lonen en publieke voorzieningen overeind te houden. Om dit te bewerkstelligen, zijn investeringen in hoogproductieve delen van onze economie van minstens €151-187 miljard nodig. Deze investeringen zijn grotendeels privaat en moeten de komende tien jaar plaatsvinden.

Deze groeiopgave valt samen met een periode waarin Nederland en Europa moeten vechten voor hun positie in de wereld. Waar Europa ooit een voortrekkersrol speelde in innovatie, is dat al jaren niet meer het geval. Zoals Mario Draghi liet zien groeit de kloof tussen Europa en de technologische voorlopers, China en de Verenigde Staten, in hoog tempo. Deze landen investeren massaal – veel meer dan Europa - in sleuteltechnologieën als kunstmatige intelligentie, halfgeleiders, drones, biotechnologie en duurzame energie. Europa en Nederland zijn afhankelijk, en dreigen steeds afhankelijker te worden als er niks gebeurt. De strijd is echter nog niet gestreden. Nederland heeft alles in huis om mondiaal een technologisch relevante speler te blijven. We beschikken over een sterke kennisbasis, innovatieve bedrijven en een traditie van publiek-private samenwerking. Hierbij is het belangrijk te weten dat Nederland altijd afhankelijk zal zijn van andere landen voor bepaalde technologieën en grondstoffen – ook als we de huidige trends gaan keren. Die afhankelijkheden zijn onvermijdelijk en hoeven op zichzelf niet problematisch te zijn: technologieketens zijn complex en verweven. Het wordt wél riskant wanneer afhankelijkheden eenzijdig zijn – wanneer we alleen ‘afnemer’ zijn van technologie, en niet langer zelf een belangrijke spil in de mondiale, hoogtechnologische waardeketens. In die situatie verliezen we onze strategische relevantie. Dan bepalen anderen de voorwaarden en prijzen voor onze toegang tot technologie.

Het is daarom essentieel om te focussen op domeinen waar we een strategische positie kunnen opbouwen en behouden. We moeten inzetten op hoogtechnologische niches waarin we onderscheidend zijn. Deze zijn moeilijker te imiteren en kunnen daardoor een duurzamer concurrentievoordeel opleveren. De focus in dit rapport ligt daarom op vier domeinen:

Digitalisering & AI

Veiligheid & Weerbaarheid

Energie- & Klimaattechnologie

Life sciences & Biotechnologie

Deze domeinen zijn samen bepalend voor onze toekomstige welvaart: ze vormen de ruggengraat van de grote transities van deze eeuw, ze kennen - mede door hun internationale maatschappelijke relevantie - een explosief groeiende vraag en ze bepalen in toenemende mate de geopolitieke machtsverhoudingen. Door gericht te investeren in deze gebieden, kan Nederland zijn strategische relevantie binnen Europa en de wereld versterken, en bijdragen aan de oplossingen voor de grote uitdagingen van deze tijd.

Randvoorwaarden zijn de sleutel tot investeringen en groei

De bereidheid om te investeren in het toekomstig verdienvermogen van Nederland is groot. Deze investeringen komen alleen tot stand als de randvoorwaarden op orde zijn. Juist op dit vlak is de afgelopen jaren sprake van een verslechtering. Nederland kent steeds meer ‘achterstallig onderhoud’, waardoor bedrijven, kennisinstellingen en financiële partijen op allerlei gebieden vastlopen op structurele belemmeringen. Om deze belemmeringen weg te nemen moeten we keuzes maken. We moeten kiezen om de randvoorwaarden voor een hoogproductieve economie te creëren. We moeten daar binnen vier categorieën snel actie op ondernemen:

Versnel vergunningverlening en versimpel regels;

Kies voor het talent dat de toekomst nodig heeft;

Zorg voor betaalbare en betrouwbare energie; en

Versterk de economische infrastructuur.

In vergunningverlening en regelgeving ontbreekt het aan snelheid en daadkracht. Hierdoor raken maatschappelijke doelen ondergeschikt aan trage en complexe procedures. Risicoaverse bestuurders en toezichthouders belemmeren innovatie, terwijl op belangrijke dossiers onvoldoende voortvarend wordt opgetreden. Maak daarom het vergunningstelsel sneller, voorspelbaarder en eenvoudiger voor projecten die cruciaal zijn voor het verdienvermogen, zoals energie-infrastructuur en industriële investeringen. Doorbreek impasses, zoals het huidige stikstofslot, pak de nationale regie terug op vergunningverlening aan strategische projecten en introduceer regulatory sandboxes voor strategische innovaties, zodat nieuwe technologieën en investeringsprojecten sneller kunnen worden getest, gebruikt en opgeschaald.

De beschikbaarheid van goed geschoold talent vormt een tweede grote uitdaging. Jaar na jaar daalt de kwaliteit van ons onderwijs, en technisch geschoold talent wordt steeds schaarser. We hebben geen gestructureerde om- en bijscholingsmogelijkheden die de vaardigheden van onze beroepsbevolking beter aan laten sluiten bij de veranderende vraag. En we ontmoedigen internationale studenten en kenniswerkers die een deel van dit gat kunnen opvullen steeds meer. Daarnaast verhinderen we een gezonde arbeidsdynamiek door vast te houden aan onzekere tijdelijke contracten en rigide vaste contracten. Daarom is een Nationale Talentagenda nodig die vol inzet op opleidingen en vaardigheden zodat de gewenste toekomstige groei te realiseren is. Ook heeft het sociale zekerheidsstelsel en arbeidsmarktbeleid een herijking nodig om aan te sluiten bij onze economische en technologische ambities.

Toegang tot betaalbare en betrouwbare energie is de derde harde randvoorwaarde voor veel investeringen. Door congestie op het elektriciteitsnet moeten duizenden bedrijven en organisaties wachten op een aansluiting, waardoor de vernieuwing en verduurzaming van de Nederlandse economie stokt. Op korte termijn kan de bestaande netcapaciteit beter worden benut, via meer flexibiliteit en prioriteitsallocatie. Daarnaast zullen ruimtelijke, juridische en financiële ingrepen nodig zijn om dit probleem structureel op te lossen. De elektriciteitsprijzen in Nederland zijn bovendien significant hoger dan in omliggende landen, waardoor strategische industrieën het land verlaten. Versterk daarom op korte termijn de energiemix met betaalbare productiebronnen en belastingvoordelen, zodat prijzen concurrerend zijn met die in België en Duitsland. Stuur voor de lange termijn op een robuuste energiemix met voldoende leveringszekerheid voor industrie en andere strategische clusters.

De economische infrastructuur is de vierde randvoorwaarde die we op orde moeten krijgen. De mainports van Rotterdam en Schiphol, Brainport Eindhoven en innovatie-ecosystemen zoals het Leiden Bioscience Park en de Wageningen Foodvalley campus zijn plekken waar wetenschappelijke kennis en industriële competenties samenkomen. Nederland heeft een nationaal plan nodig om deze ecosystemen te versterken. Bijzondere aandachtspunten hierbij zijn het stroomlijnen van ruimtelijke procedures en het investeren in huisvesting, energie-infrastructuur, digitale netwerken en kennisinfrastructuur. Door hier publiek-private samenwerkingen op aan te gaan, bouwen we aan vertrouwen en kunnen ze maximaal bijdragen aan het internationale concurrentievermogen van Nederland.

Als deze randvoorwaarden op orde zijn, kan er veel in Nederland. Ons land beschikt over een uitzonderlijk grote investeringspotentie. Voor dit rapport zijn, via een brede publiek-private inventarisatie, 51 concrete proposities verzameld van meer dan dertig consortia, verdeeld over de eerder genoemde vier domeinen. Ruim duizend experts hebben voorstellen uitgewerkt die samen een investeringspotentieel van circa € 126 miljard vertegenwoordigen, waarvan het grootste deel privaat gefinancierd kan worden. Deze proposities bouwen voort op de innovatie-infrastructuur die mede de afgelopen jaren via het Nationaal Groeifonds is ontwikkeld en zijn erop gericht innovatieve technologieën sneller naar de markt te brengen. Daarmee leveren deze investeringen een grote structurele bijdrage aan de economische groei die Nederland nodig heeft. De 51 proposities uit deze agenda kunnen uitgroeien tot de kern van een Nederlandse investerings- en industrialisatiestrategie.

Het op orde krijgen van de randvoorwaarden voor investeringen is niet makkelijk. Het vereist moeilijke keuzes die te lang vooruit zijn geschoven: over waar we de beperkte ruimte in Nederland aan willen besteden, over het toewijzen van de schaarste op het elektriciteitsnet, over de uitstoot van stikstof en over de inzet van arbeid. Niet alles kan, en zeker niet tegelijkertijd. Maar als we die keuzes durven maken, ligt er grote potentie om binnen hoogtechnologische domeinen de Nederlandse groeipotentie en strategische relevantie te realiseren.

De uitvoering: slagvaardig besturen en stabiel financieren

Een plan is echter slechts zo goed als het slagen van de uitvoering. De aanbevelingen in dit rapport zijn zonder de juiste financiering en bestuurlijke organisatie niet te realiseren. Het is als eerste belangrijk zo veel mogelijk private investeringen te genereren. Om dit te bereiken, moet Nederland het vertrouwen met investeerders uit binnen- en buitenland herstellen. Jaren van instabiel beleid hebben geleid tot een vertrouwensbreuk, die alleen kan worden hersteld met een geloofwaardige en consistente strategie voor de aankomende tien jaar. Alleen dan is ambitieuze publiek-private samenwerking te herstellen.

Daarnaast zijn ook publieke investeringen noodzakelijk. Allereerst om de randvoorwaarden voor deze investeringen op orde te brengen. In de komende tien jaar is hier minstens € 19 - 62 miljard voor nodig. Maar ook het stimuleren van innovatie vraagt om publiek geld, dat zo moet worden ingezet dat het private investeringen maximaliseert. Twee sterke instellingen moeten onze publieke middelen zo effectief mogelijk in gaan zetten: Een op te richten Nationale Investeringsbank –bundelt bestaande instrumenten en richt zich op publiek-private cofinanciering van de benodigde investeringen in technologie en infrastructuur. Met een werkkapitaal van € 10 tot 20 miljard kan tot € 100 miljard gemobiliseerd worden. Het nieuwe Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie – met een budget van € 2 miljard - richt zich op het stimuleren van innovatie ecosystemen en het financieren van strategische innovatieprojecten die baanbrekende impact hebben. Beiden moeten op afstand van de politiek opereren, met een professioneel bestuur en een duidelijk mandaat. Zo wordt stabiliteit op de lange termijn gegarandeerd.

Voor deze publieke investeringen moet ruimte worden gecreëerd, wat vraagt om minder consumptieve uitgaven en meer investeringen binnen de overheidsbegroting. De opbrengsten op langere termijn van investeringen moeten beter inzichtelijk worden gemaakt, zodat onze begrotingssystematiek verder vooruit kijken beloont. Consumptieve uitgaven dienen te worden beperkt, inefficiënte fiscale maatregelen moeten afgeschaft of verbeterd worden, en niet-strategische staatsdeelnemingen moeten worden verkocht. Daarnaast moet een nieuw kabinet bereid zijn de staatsschuld verantwoord te laten oplopen voor investeringen die aantoonbaar groot economisch rendement opleveren. Serieus investeren in onze toekomstige welvaart vraagt om moeilijke keuzes, ook in de overheids­financiën.

Tot slot vraagt deze opgave om een nieuwe, krachtige bestuursstructuur die deze strategische keuzes daadwerkelijk realiseert. Toekomstig verdienvermogen moet chef sache zijn, met verantwoordelijkheid bij de minister-president. De minister van Economische Zaken moet daarnaast integraal economisch beleid kunnen voeren, en moet dus weer regie krijgen over energie- en handelsbeleid. Een onafhankelijke Commissaris voor Toekomstige Welvaart ondersteunt in de uitvoering van interdepartementale opgaven en organiseert de publieke-private dialoog via een Nationaal Investeringsberaad. Met een wettelijk mandaat, een eigen fonds en een slagvaardige uitvoeringsunit kan de Commissaris impasses doorbreken en projecten versnellen. Zo kunnen strategische doelen – zoals het oplossen van netcongestie - worden bereikt via scherpe prioritering, interdepartementale afstemming en publieke doorzettingsmacht.

Deze ambities vereisen ook een verandering van de bredere rijksdienst: de overheid moet eenvoudiger en deskundiger worden om deze bestuursstructuur te laten werken. De doorgeschoten verantwoordingsdruk in de politiek heeft geleid tot procesfetisjisme. Hierdoor zijn processen voor doelen komen te staan, en is de overheid niet langer voldoende dienstbaar aan de samenleving. Bestuurders, ambtenaren en toezichthouders moeten weer durven: durven ondernemen, durven risico’s te nemen en durven maatschappelijke doelen snel en daadkrachtig na te streven.

Laten we beginnen

Niet handelen is ook een keuze. Iedere dag dat we niet investeren in de toekomst van ons land loopt de rekening voor toekomstige generaties verder op. Dit rapport laat zien dat de mogelijkheden er zijn: we weten wat er nodig is, waar we in moeten investeren en op welke manier we dat moeten doen. Daarmee spreekt het rapport ook een groot vertrouwen uit in de toekomst van Nederland. De wil om te bouwen, te vernieuwen en samen te werken is overal aanwezig. Laten we deze energie benutten en vandaag beginnen aan de keuzes en investeringen die ons land sterker en veerkrachtiger maken. De toekomst wacht niet.

Download Persbericht

 
Home
Voorwoord & Samenvatting
Deel I