© 2026 - Rapport Wennink / Download rapport (PDF)
Deel I en Deel II laten zien dat Nederland voor een uitzonderlijke investeringsopgave staat binnen de vier domeinen die dit rapport centraal stelt: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, life sciences en biotechnologie, en energie- en klimaattechnologie. Om in deze domeinen het verdienvermogen te versterken en structurele groei van minimaal 1,5% tot 2,0% per jaar te bereiken, moet tot 2035 tussen de € 151 en 187 miljard aan extra, grotendeels private investeringen worden gemobiliseerd.
De bereidheid daarvoor is aanwezig: pensioenfondsen, banken, bedrijven en consortia willen fors investeren zodra de randvoorwaarden op orde zijn. Maar investeringen komen alleen los als de overheid niet alleen randvoorwaarden herstelt, maar ook de financiële en institutionele condities creëert om projecten daadwerkelijk te realiseren. Dit deel van het rapport richt zich op wat er nodig is om deze investeringsbereidheid om te zetten in realisatie.
Dat begint bij de manier waarop Nederland publieke middelen inzet. Nederland moet flink investeren om de randvoorwaarden op orde te brengen. De komende 10 jaar zullen tientallen miljarden in de Nederlandse economische basis moeten worden geïnvesteerd – investeringen die op hun beurt weer honderden miljarden aan private investeringen zullen genereren. Maar deze investeringen moeten nog steeds worden betaald. Binnen de bestaande begrotingsruimte moet kritisch worden gekeken of de balans tussen consumptieve uitgaven en investeringen in toekomstig verdienvermogen nog houdbaar is. Daarnaast moet een nieuw kabinet bereid zijn de staatsschuld verantwoord op te laten lopen, voor investeringen die aantoonbaar economisch en maatschappelijk rendement opleveren. Publieke middelen moeten bovendien zo worden ingezet dat zij private investeringen maximaal mobiliseren. Bijvoorbeeld via fiscale prikkels, een sterke nationale investeringsinstelling en een nationaal agentschap voor baanbrekende innovatie. Deze instellingen moeten in staat zijn zowel Nederlandse institutionele beleggers en banken te activeren, als Europese middelen en garanties aan te trekken. Zo worden investeringsprojecten schaalbaar, betaalbaar en concurrerend.
Maar financiële middelen zijn slechts één kant van de medaille. Minstens zo belangrijk is de bestuurlijke organisatie die ervoor moet zorgen dat de juiste randvoorwaarden snel worden gerealiseerd, om projecten daadwerkelijk van de grond te laten komen. Daarvoor is sterke nationale regie nodig en nauw contact met de Sociaal-Economische Raad (SER) en sociale partners. Toekomstig verdienvermogen moet chef sache worden, met verantwoordelijkheid aan de top van het kabinet, ondersteund door een regeringscommissaris met wettelijk mandaat, uitvoeringskracht en een deskundig team dat tussen departementen en lokale overheden door kan opereren. Alleen met een krachtigere bestuursstructuur kan Nederland knelpunten doorbreken, private investeringen vasthouden en projectrealisatie versnellen.
De volgende twee hoofdstukken tonen hoe Nederland de financiële, institutionele en bestuurlijke fundamenten kan leggen die nodig zijn voor toekomstige welvaart en strategische relevantie. Ze laten zien welke rol de overheid moet spelen om het potentieel aan private investeringen te activeren, hoe deze koers over meerdere kabinetten heen kan worden geborgd, en hoe Nederland op lange termijn een land blijft dat economische groei, technologische kracht en brede welvaart ondersteunt. Daarnaast laat Hoofdstuk 6 zien hoe dit én volgende kabinetten de benodigde keuzes kunnen vastleggen in een stabiele route voor de komende tien jaar, zodat investeringen, hervormingen en randvoorwaarden niet alleen worden geformuleerd, maar ook consequent worden uitgevoerd en verankerd in beleid.
Om de investeringsopgave waar Nederland voor staat te financieren heeft Nederland grootschalige private én publieke investeringen nodig. Aan de private kant heeft de Nederlandse financiële markt schaal en stabiliteit nodig om de projecten en bedrijven te financieren die Nederland nodig heeft. Aan de publieke kant moet de Nederlandse overheid zichzelf hervormen. Investeringen moeten weer worden geprioriteerd, en de bestuursstructuur moet worden ingericht op het snel en daadkrachtig op lossen van economische en maatschappelijke problemen. Een overheid die levert is cruciaal voor onze economie én onze democratie.
"Niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk."
- Voormalig minister-president Willem Drees
Nederland staat voor keuzes die bepalen of we onze toekomstige welvaart kunnen veiligstellen. Structurele groei komt niet vanzelf; zij vraagt om heldere richting, consistente besluitvorming en significante investeringen voor de aankomende tien jaar. Dit hoofdstuk presenteert daarom een concreet tijdpad dat orde breng in wat wanneer moet gebeuren: keuzes in de eerste 100 dagen, uitvoering in het eerste jaar, structureel herstel richting 2030 en opschaling tot 2035. Zo onstaat een route waarin beleid, randvoorwaarden en investeringen elkaar versterken.
Lees verder of download het volledige rapport in PDF.