© 2026 - Rapport Wennink / Download rapport (PDF)
Waar Deel I de noodzaak van investeren in economische groei en het vergroten van technologische en strategische relevantie heeft laten zien, richt Deel II zich op wat Nederland concreet moet doen om dat mogelijk te maken. De extra 151 tot 187 miljard euro aan productiviteitsverhogende investeringen die Nederland nodig heeft, komen namelijk alleen van de grond als Nederland opnieuw een aantrekkelijk land wordt om te innoveren, te bouwen en op te schalen. Ook onze technologische positie valt of staat bij de economische randvoorwaarden in Nederland. Uiteindelijk bepalen de randvoorwaarden of onze maatschappelijke ambities realiteit kunnen worden.
Op dit moment zijn de randvoorwaarden echter onvoldoende. In gesprekken met tientallen bedrijven, kennisinstellingen en financiële partijen klinkt een opvallende mate van eensgezindheid: men wil investeren, maar loopt vast op randvoorwaarden die de afgelopen jaren structureel zijn verslechterd. Vergunningstrajecten zijn traag en onzeker, het stikstofslot blokkeert economische ontwikkeling, en bezwaarprocedures kunnen projecten jarenlang vertragen. Toegang tot betaalbare energie vormt ook een harde rem: meer dan 14.000 bedrijven wachten op een elektriciteitsaansluiting, terwijl ondernemingen die wél zijn aangesloten hogere elektriciteitsprijzen betalen dan omliggende landen. Tegelijkertijd groeien de tekorten aan goed geschoold personeel omdat Nederland weinig talent in wetenschap, technologie, techniek en wiskunde (STEM-talent) opleidt, internationale kenniswerkers weert en onderwijsprestaties laat teruglopen. Hierdoor zijn investeringen niet alleen risicovoller geworden, maar in sommige gevallen simpelweg onmogelijk.
Ook onze economische infrastructuur staat onder druk. De mainports - de Rotterdamse haven, Amsterdam-Schiphol en Brainport Eindhoven- hebben hun kracht te danken aan de samenkomst van wetenschappelijke kennis en industriële competenties. Samen met onze innovatie-ecosystemen vormen ze plekken waar nieuwe technologieën snel worden ontwikkeld, getest en opgeschaald. Wanneer deze knooppunten verzwakken, verliest Nederland het vermogen om op mondiale schaal mee te blijven doen en daalt ons groeivermogen structureel.
Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken met 31 consortia ook optimisme: zodra de randvoorwaarden worden hersteld, ligt er een investeringspotentieel van minimaal € 126 miljard klaar in de vier domeinen van dit rapport. En dat betreft alleen de projecten die voor dit rapport zijn aangeleverd; het onderliggende potentieel is aanzienlijk groter. Dit maakt één ding duidelijk: het ontbreekt Nederland niet aan investeringsbereidheid, maar aan investeringsmogelijkheden. De wil om te bouwen is er, maar het klimaat om te bouwen niet.
De knelpunten zijn bekend, en de oplossingsrichtingen evenzeer. Vergunningverlening kan sneller en voorspelbaarder worden gemaakt. Het stikstofslot kan worden doorbroken. De energievoorziening kan weer betrouwbaar en betaalbaarder worden door te investeren in het elektriciteitsnet en het bestaande net slimmer te benutten. Talent kan worden versterkt met meer focus op STEM, programma’s voor grootschalige up- en reskilling en een modern migratiekader voor kenniswerkers. En onze mainports en innovatie-ecosystemen kunnen opnieuw internationaal vooroplopen wanneer gericht wordt geïnvesteerd in hun fysieke, digitale en kennisinfrastructuur. Met andere woorden: als Nederland de randvoorwaarden verbetert, kan de investeringsmotor direct aanslaan.
De opgave is helder: Nederland moet opnieuw een land worden waar investeringen kunnen landen, technologie kan doorgroeien en bedrijven kunnen opschalen. Daar zijn wel keuzes voor nodig. Niet alles kan in Nederland, en zeker niet tegelijkertijd. De randvoorwaarden die de overheid schept voor de economie moeten gericht zijn op een hoogproductieve economie die innoveert in maatschappelijk belangrijke domeinen. Dat betekent ook dat bepaalde activiteiten niet meer in Nederland zullen plaatsvinden. Afscheid nemen is moeilijk: het oude is concreet, het nieuwe nog onbekend. Maar het is wel nodig. Onze toekomstige economische kracht, onze strategische positie en ons vermogen om maatschappelijke transities te bewerkstelligen en te financieren zullen ervan afhankelijk zijn.
De komende twee hoofdstukken laten zien hoe dit kan worden gerealiseerd: eerst welke randvoorwaarden Nederland moet versterken om investeringen mogelijk te maken, en daarna welke concrete projecten uit de investeringspijplijn kunnen worden gerealiseerd zodra deze randvoorwaarden op orde zijn. Zo wordt duidelijk hoe onze economie sterker en innovatiever kan worden, en hoe Nederland daarmee zijn strategische relevantie, toekomstbestendigheid en brede welvaart veiligstelt.
Nederland kan haar maatschappelijke doelen alleen realiseren als de economische randvoorwaarden gericht zijn op een hoogproductieve economie. Daarvoor is het nodig dat investeringen hier kunnen landen, technologie kan doorgroeien en bedrijven kunnen opschalen. Zonder deze randvoorwaarden zal groei van minimaal 1,5 tot 2,0% niet worden bereikt en blijft onze technologische achterstand verder oplopen.
"Als een auto vier lekke banden heeft, moeten ze alle vier worden vervangen."
- Peter Wennink
Dit hoofdstuk laat niet zien wat er zou kunnen, maar wat er klaarstaat. Het is gebaseerd op 51 proposities vanuit bedrijfsleven en kennisinstellingen, die samen een direct realiseerbare pijplijn vormen om groeikansen en strategische posities te ontsluiten. Let wel: zodra de randvoorwaarden op orde zijn. Het is een illustratie van wat Nederland op korte termijn al kan waarmaken én welke kansen verloren gaan als we niet handelen.
Bekijk of download het volledige rapport in PDF.