Ruben Nieuwenhuis is ondernemer en investeerder. Hij is mede-oprichter van o.a. Techgrounds en CupolaXS en was directeur van StartupAmsterdam. Met een bijdrage van meer dan 100 Amsterdamse ondernemers, technologen, wetenschappers en maatschappelijke bouwers schreef hij het essay Agenda Nieuw Amsterdam: een visie op de overgang van een kennis- naar ‘intelligentie economie’ en wat Amsterdam en regio kan doen om weer strategisch relevant te worden.
De schrijvers gebruikten Rapport Wennink als economisch kompas. We bevroegen Ruben over de staat van het Nederlandse en Amsterdamse tech ecosysteem.

“Ik kijk er met gemengde gevoelens naar. We bevinden ons op dit moment in een fundamentele overtocht van een kenniseconomie naar een intelligentie economie. In die overgang is het tech & AI ecosysteem van cruciaal belang. Aan de ene kant zie ik ongelooflijk veel potentie. Aan de andere kant maak ik me zorgen over de positie van het ecosysteem. Zowel in Nederland breed als op stedelijk niveau. Het staat relatief geïsoleerd en krijgt weinig steun vanuit andere delen van de samenleving. Het moet eigenlijk constant knokken om aandacht. Die twee waarheden, potentie en zorg, lijken elkaar tegen te spreken, maar ze bestaan allebei.”
“Halverwege februari was ik bij het State of Dutch Tech-event van Techleap. Peter Wennink zat daar in een panel met Rob Jetten en deed een aantal oproepen aan het Nederlandse tech ecosysteem. Een daarvan was excellentie. En dat vond ik erg treffend, want als je écht wilt excelleren met elkaar, heb je daar een bepaalde cultuur voor nodig. Een prestatiecultuur. ‘Een high-performance culture’. En die ontbreekt op dit moment in Nederland. Dat zie je bijvoorbeeld aan het debat op universiteiten over cum laude: mag je dat omarmen? Of is het ongepast om zo zichtbaar boven de rest uit te steken? Het gaat dus eigenlijk over de fundamentelere vraag: mag je uitblinken? Mag ondernemerschap nog groot, gedurfd en uitzonderlijk succesvol zijn? En durven we dat als samenleving te vieren?
Neem Amsterdam: onze hoofdstad stond voorheen in de top 3 van AI startup ecosystemen in Europa, maar is inmiddels teruggevallen naar plek 8 en als je kijkt naar de jaarlijkse Enterprise Value Growth-data zelfs naar plek 21. Plek 8 zijn is niet per se het probleem, maar strategische relevantie verliezen wel. De positie aan tafel verliezen waar beslissingen worden genomen over standaarden en waarden. Amsterdam, en dus Nederland, verliest terrein als vestigings- en groeilocatie voor technologiegedreven bedrijven. Niet door een gebrek aan talent, ideeën of kapitaal, maar door trage besluitvorming, versnipperd beleid en een toenemende regeldruk die schaal en snelheid belemmert.”
“De afgelopen decennia draaiden onze economieën vooral om kennis. Kennis als productiefactor is onuitputtelijk maar traag. De kennis is er, maar de toepassing zit gevangen in menselijke capaciteit. Die fase loopt ten einde. Niet zozeer omdat kennis er niet meer toe doet, maar omdat die nieuwe productiefactor, intelligentie, er bij is gekomen. Daarmee betreden we niet zomaar een nieuw technologisch tijdperk, maar een fundamenteel ander type economie. De intelligentie economie is een economie waarin kunstmatige intelligentie, onder menselijke regie, fungeert als nieuwe productiefactor die tokens (de denkeenheid van AI) omzet in oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, hogere productiviteit en nieuwe waardecreatie.”
“We lopen als Nederland achter op een aantal cruciale punten. Amerika en China investeren bijvoorbeeld veel meer in rekenkracht, de ‘compute power’ die de kern vormt van AI-intelligentie. In steden als Singapore is toegang tot AI breed en open voor de hele bevolking. Er heerst een cultuur van terughoudendheid naar tech die ons handelingsvermogen beperkt. Dat wordt mede gevoed door wantrouwen en negatieve framing in de media en politiek, bijvoorbeeld rond datacenters. Ironisch genoeg verspreiden dezelfde critici hun boodschap vervolgens via LinkedIn, YouTube of X, platformen die zelf volledig draaien op datacenter capaciteit. We worden continu gevoed met de schaduwkanten van AI: cognitieve offloading, false mastery, energieverbruik. Allemaal terechte punten. Maar we vergeten de andere kant: de mogelijkheden, de kansen, de energie die het kan losmaken.
‘Niet lachen, niet wenen, niet verafschuwen , maar begrijpen’ zei de Nederlandse filosoof en politiek denker Spinoza ooit. Hij maakte onderscheid tussen passieve en actieve affecten, manieren waarop mensen en gemeenschappen reageren op verandering. Passieve affecten, zoals wantrouwen, afgunst en angst, verlagen je handelingsvermogen. Actieve affecten, zoals zelfvertrouwen en nieuwsgierigheid, vergroten het juist. In landen als China, Singapore en Amerika is het handelingsvermogen rondom AI vele malen groter dan in Europa, en zeker in Nederland. Ik denk dat dát het echte, diepere probleem is.”
“Ja, in onze optiek zijn er vijf voorwaarden, of ‘dragers’ zoals wij ze noemen in Agenda Nieuw Amsterdam, voor een succesvolle intelligentie economie. De eerste is energie en rekenkracht. Dat is de brandstof voor de intelligentie economie. Ze vraagt om elektriciteit, om chips, om datacenters, om koeling, om kabels. Intelligentie schalen betekent rekenkracht schalen, en rekenkracht heeft energie nodig. Grote hoeveelheden.
De tweede is brede toegang tot AI. Toegang tot AI moet worden behandeld als toegang tot onderwijs: als basisvoorziening, niet als privilege. Dat vraagt om gedeelde data-infrastructuur, om AI-geletterdheid als basiskwalificatie, en om de overheid die haar inkoopkracht inzet om datadeling af te dwingen en toegang te democratiseren.
De derde is ondernemerschap en talent. Intelligentie economieën draaien op mensen die iets durven maken wat er nog niet is. Ondernemers die met AI bouwen aan nieuwe producten en diensten. Onderzoekers die grenzen verleggen. Talenten die kiezen voor een ecosysteem omdat het bruist, uitdaagt en schaal biedt. Studenten die niet alleen leren over de wereld, maar haar ook vormgeven.
De vierde drager is een helder kompas, gecombineerd met experimenteerruimte. We hebben in Nederland onvoldoende ‘sandboxes’; plekken waar je net even buiten de gebaande paden kunt opereren. Juist door te experimenteren scherpen we ook ons kompas aan: wat willen we beschermen, wat willen we mogelijk maken, en volgens welke publieke waarden willen we handelen?
De vijfde en laatste drager is vertrouwensinfrastructuur. Vertrouwen in een intelligentie economie is meervoudig: burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat systemen uitlegbaar zijn en het publieke belang dienen, organisaties dat data veilig is en spelregels eerlijk, en investeerders dat de overheid een betrouwbare partner is met voorspelbaar beleid. Dat vertrouwen bouw je met architectuur: transparante systemen, governance die burgers een stem geeft, en een eerlijk narratief over dilemma's dat geloofwaardig maakt waar je naartoe wil.”
“Agenda Nieuw Amsterdam is een vertrekpunt voor de komende 12 jaar. Onze visie op de overgang van een kennis- naar een intelligentie economie en wat Amsterdam en regio kan doen om weer strategisch relevant te worden. We bouwen daarbij voort op drie nationale plannen: het Rapport Wennink als economisch kompas, het Nationaal AI Deltaplan als uitvoeringskader, en het AI Deep Dive Rapport voor focus en toepassing. Agenda Nieuw Amsterdam beschrijft o.a. wat een intelligente stad oplevert, welke mentale modellen er nodig zijn om succesvol te zijn in deze nieuwe tijd, welke randvoorwaarden er nodig zijn en de dilemma’s en keuzes die voorliggen. De Agenda is trouwens een burgerinitiatief, ontstaan vanuit de zorgen die we hebben over de maatschappij en ontwikkeling van het tech & AI ecosysteem, en hoe we die weer kunnen verbinden.”
“Amsterdam heeft al jarenlang een bruisend ecosysteem met ongelofelijk veel talent. zo'n 33% van alle AI-talenten in Nederland woont in Amsterdam. Er worden prachtige bedrijven gebouwd, van Monumental tot Pacmed, en natuurlijk de gevestigde namen zoals Adyen en Booking. De stad bruist van energie en potentie.
Maar er is iets aan het wegglijden. Amsterdam is vergeten om ondernemerschap een centrale plek te geven in het verhaal van de stad. Ik noem dat ‘het elfde probleem’, een term die ik heb ontleend aan een les van Eberhard van der Laan, die ook betrokken was bij het begin van StartUpAmsterdam. Hij zei: als je tien problemen hebt en je wilt ze alle 10 tegelijk oplossen, heb je er elf. Dat elfde probleem is de beschermingsmodus zelf. Amsterdam is sterk gericht op beschermen, voorkomen en risico beheersen. En juist daardoor zijn we een deel van ons handelingsvermogen kwijtgeraakt.
Dat zie je terug in hoe het stadsbestuur zich uitdrukt. Als je kijkt naar de sociale media en publieke communicatie van Amsterdam, gaat het vrijwel nooit over ondernemerschap. Het draait om sociale vraagstukken, veiligheidsissues, morele dilemma's. Allemaal belangrijk, maar ondernemerschap is uit beeld verdwenen. En als je iets geen aandacht geeft, verdwijnt het. Als we ondernemerschap weer terugbrengen naar het hart van Amsterdam, krijgen we hopelijk ook onze nieuwsgierigheid naar de toekomst terug.”
"Stedelijke Tech Coalities, of STCs, zijn voor mij het antwoord op een vraag die we in Nederland al jaren niet goed beantwoorden: hoe verbinden we urgente maatschappelijke vraagstukken aan de kracht van het tech ecosysteem? We hebben prachtige onderzoeksinstituten, sterke startups, een betrokken overheid, maar ze opereren grotendeels langs elkaar heen. Een STC dwingt dat af. Eén vraagstuk, één coalitie van bedrijven, kennisinstellingen en overheid, met echte skin in the game van alle partijen.
Wat me drijft in dat concept is de eis van schaal. We bouwen geen niche-oplossingen, maar hefboompunten. Als een coalitie rond energieoptimalisatie of stedelijke mobiliteit alleen werkt in Amsterdam Noord, interesseert het me niet. Het moet kunnen opschalen naar Rotterdam, naar Antwerpen, naar Europa. Dat is strategische relevantie.
Een schot voor de boeg is het streven om 250 miljoen euro aan innovatiegelden voor STC-projecten in de regio te activeren, over de komende twaalf jaar.
"Het is ambitieus, maar het sluit precies aan op een bredere verschuiving in hoe Europa innovatie financiert. De EU beweegt steeds meer richting challenge-based funding: geen geld voor onderzoek om het onderzoek, maar geld voor coalities die een concreet stedelijk of maatschappelijk probleem oplossen. Dat is precies de logica van een STC.
En de vraagstukken? Die zijn er meer dan genoeg. Neem zorg. We weten al jaren dat de druk op ons zorgstelsel onhoudbaar is. AI kan daar een rol in spelen door preventie te versnellen, vroeg te signaleren, wijkgericht te werken. Of neem eenzaamheid, één van de grootste volksgezondheidsproblemen van dit moment, die vrijwel geen plek krijgt in de techagenda. Of mobiliteit in de stad, last-mile delivery, congestie, de impact op leefbaarheid. Dat zijn geen abstracte beleidstermen. Dat zijn dingen die mensen dagelijks raken.
Het STC-model maakt systeemdenken en lange-termijndenken operationeel. We praten al decennia over de kloof tussen ecosysteem en maatschappij, tussen tech en publieke waarde. In een STC komt dat samen. Een startup die schaalt, een zorginstelling die data deelt, een stad die commitment geeft, een kennisinstelling die het onderbouwt. Dat is geen projectje. Dat is een nieuw samenwerkingspatroon voor de intelligentie economie.”
“Ten eerste: neem in het coalitieakkoord echt specifiek op dat we de transitie maken van een kenniseconomie naar een intelligentie economie. Niet als loze belofte, maar als startpunt voor een gedeeld begrip van wat er nodig is om daar te komen. Zo creëer je samenhang tussen maatschappelijke vraagstukken en het tech & AI ecosysteem.
Ten tweede: alle instituties moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Die zijn nog ingericht op basis van de principes van de kenniseconomie. Een heroriëntatie, vergelijkbaar met wat er bij de opkomst van het internet had gemoeten. Toen was de vraag: hoe gaat internet jouw business ontwrichten? Nu is de vraag: hoe gaat de intelligentie economie de essentie van jouw institutie beïnvloeden? Die vraag moet centraal staan.
Ten derde: alle bestuurders moeten op cursus. Minimaal een week, samen. Geen optie, maar een vereiste. Ze moeten begrijpen wat AI is, hoe het werkt en welke sleuteltechnologieën er spelen. In een tijdperk van AI is technologische onkunde aan de top onverantwoord. Elke bestuurder moet daarom minimaal een week intensief worden bijgeschoold. Leren vibecoden bijvoorbeeld, of zelf een PA-agent leren instellen. Want als je niet speelt met de technologie dan no-way dat je de nieuwe intelligentie bevat, en de verstrekkende implicaties ervan.”
“Mijn wens is dat wij in Nederland vanuit nieuwsgierigheid het gesprek gaan voeren over de intelligentie economie en welke veranderingen en kansen zij met zich meebrengt. Ik denk dat in Amsterdam en in Nederland nog maar vijf procent van de mensen beseft hoe urgent en revolutionair de tijden zijn waar we op dit moment in leven. En misschien is de diepere wens wel dat we met elkaar het gesprek aangaan over de intelligentie economie vanuit verticale volwassenheid. Wat ik daarmee bedoel is: denken vanuit systemen, vanuit de lange termijn, en vanuit meerdere perspectieven die tegelijkertijd waar kunnen zijn en elkaar kunnen tegenspreken. Niet óf-óf, maar én-én. Als we dat voor elkaar krijgen, hebben we alles in huis om aan de goede kant te belanden. Zeker ook dankzij de bouwers die ons daarin meenemen. De ondernemers, de startups, de mensen die risico’s nemen en gewoon doen.”
Benieuwd naar Agenda Nieuw Amsterdam? Klik hier om het essay te lezen.