Lees hieronder de EW Economie-lezing van Peter Wennink terug:
Ik ga u vanavond uitleggen waarom er een ‘Nationaal Akkoord voor toekomstige welvaart’ nodig is. Aan het einde van deze EW Economie-lezing hoop ik dat ook u overtuigd raakt dat we Nederland daarmee verder helpen in turbulente tijden.
De overtuiging dat een Nationaal Akkoord ons verder kan helpen is bij mij in de loop van vorige maand ontstaan. Ik zal u in deze lezing stap voor stap toelichten hoe ik daartoe kom.
Zoals u wellicht weet, vroeg de vorige minister van Economische Zaken – Vincent Karremans – mij namens het toenmalige demissionaire kabinet om een onafhankelijk advies uit te brengen over het toekomstig verdienvermogen van Nederland.
Ik presenteerde mijn rapport: ‘De route naar toekomstige welvaart’, naar analogie van het invloedrijke rapport dat Mario Draghi voor de Europese Commissie schreef, afgelopen december. Ik gaf het daarom ook de ondertitel ‘Een sterk Nederland in een relevant Europa’.
Als eerste ga ik u mijn overwegingen toelichten om die opdracht aan te nemen. Daarbij neem ik u zowel mee in mijn eigen persoonlijke en familiegeschiedenis als in de schets hoe welvaart en maatschappelijke dynamiek zich de afgelopen 80 jaar ontwikkelden. Met andere woorden: waar komen we vandaan, waar staan we nu en waar gaan we naar toe?
U zult veel herkennen uit mijn schets van het recente verleden. Van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, de woningnood naar steeds verder toenemende welvaart. Met in die periode van toenemende welvaart ook enkele grote crisissen: zoals de oliecrises in de jaren ’70, en recenter, tussen 2008 en 2013, de krediet- en eurocrisis.
En voor alle ‘jonkies’ in de zaal: ik hoop niet dat het teveel ‘de boomer vertelt’ wordt. Maar ook jullie ervaren dat we in roerige tijden verkeren, met toenemende mondiale spanningen, politieke versnippering, maatschappelijke polarisatie, stokkende stappen naar een klimaat neutrale economie, een sterk gegroeide individualisering en een – voor velen – te vanzelfsprekend gevoel van welvaart. Welvaart die steeds verder onder druk staat en zal komen te staan.
Als tweede laat ik u de essentie van mijn advies voor behoud van welvaart nog eens zien. Ik zet dat af tegen de vele maatschappelijke reacties op mijn Rapport Wennink en de manier waarop het nieuwe kabinet-Jetten invulling geeft aan mijn urgente oproep.
Als waarschuwing vooraf; waar ik bij de presentatie van het coalitieakkoord van het minderheidskabinet-Jetten nog redelijk optimistisch was, merkte ik dat mijn gemoed versomberde. Hebben de ‘Haagse bestuurders’ de urgentie van noodzakelijke trendbreuken in het economische beleid wel echt geïnternaliseerd? Kunnen ze zich voldoende ontworstelen aan de korte termijn zoektocht naar tijdelijke Kamermeerderheden? Ik hoop van harte en voor ons allen dat dit kabinet gaat vliegen. Echt! Ik meen dat heel oprecht.
De afgelopen vijftien jaar leert dat kabinetten gemiddeld minder dan twee en een half jaar missionair waren. Met kabinet Rutte IV en het vorige kabinet Schoof als trieste voorbeelden.
Oplossingen voor de grote problemen van deze tijd zijn voor een belangrijk deel steeds doorgeschoven; denk aan het stikstofslot of de woningnood, of waren niet op tijd in beeld, denk aan het overvolle stroomnet: de netcongestie. Mede door de versnippering in de politiek –waardoor er steeds een diversiteit aan kabinetten ontstond die weinig continuïteit in beleid aan hebben gebracht.
Als derde ga ik u verleiden om het met mij eens te worden over de noodzaak van een Nationaal Akkoord voor Toekomstige Welvaart. Een akkoord zult u denken. Waar is dat de oplossing voor? En waarom zou dat dan werken? Dat ga ik u dus uitleggen. En als mij dat lukt, zult u begrijpen dat mijn pleidooi voor een Nationaal Akkoord de optelsom is van mijn opvattingen, ook dat zijn er drie:
(1) Zoals u weet, vind ik dat wij Nederlanders te zelfgenoegzaam zijn en te weinig doorhebben dat we onze toekomstige welvaart niet op orde hebben. Ik noemde dat eerder dik, dom en blij.
En laten we eerlijk zijn. We leven nog steeds in de overtuiging dat ons relatief hoge welvaartsniveau een gegeven - een vanzelfsprekendheid- is. Zonder dat we voldoende investeren in het verdienvermogen van later, in de welvaart van uw en mijn kinderen, van onze kleinkinderen en de generaties daarna. En zonder dat we voldoende investeren in onze verantwoordelijkheid voor de planeet en alles wat daarop leeft.
We realiseren ons onvoldoende dat grote mondiale sociaaleconomische machtsblokken bezig zijn om de toekomstige innovaties en maatschappelijke waarden te creëren die nodig zijn om de uitdagingen van digitalisering, life sciences, energie, klimaat en veiligheid het hoofd te kunnen bieden. En wij realiseren ons helemaal niet dat die machtsblokken dat het liefst willen doen met Europa, met Nederland als afhankelijke klant; en uitdrukkelijk niet als medebepalende leverancier.
(2) Als tweede zie ik dat we, ondanks alle versnippering en polarisatie, met ons allen verantwoordelijk zijn voor het oplossen van deze sluimerende crisis, deze veenbrand. Dat we dat samen moeten realiseren, dat daarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen en zouden moeten dragen. Dat Nederland veel in huis heeft om dat waar te maken: kennis, creativiteit, kapitaal, een sterke traditie van samenwerken en een veerkrachtige samenleving.
(3) En als derde overtuiging dat het kabinet-Jetten, met ‘Het kan wel!’ En ‘Aan de slag’ weliswaar een nieuwe, goede vibe neerzet, maar breder – door ons allen - geholpen moet worden en daarbij ook tegenwicht nodig heeft om uit die ‘korte-termijn-wisselende-bondjes-dynamiek’ te komen. Op die manier breng je immers te weinig continuïteit aan, ligt het tempo te laag en ontberen we voldoende steun van allen die ertoe doen in onze samenleving. Ik bedoel daarmee: iedereen.
Er is dus flink wat extra’s nodig. En dat begint bij een breed gedragen acceptatie van de urgentie; waarom er verandering moet plaatsvinden, en wat er daardoor moet veranderen. Er is een Nationaal Akkoord nodig, dat de weerslag is van de door velen gevoelde urgentie tot actie en dat de basis vormt voor een langjarige koers zoals ik aangegeven heb in mijn rapport ‘De route naar toekomstige welvaart’.
Ik wil hierbij benadrukken dat het een solidair en inclusief akkoord moet zijn, gefocust op de grote maatschappelijke uitdagingen. Dat heeft twee kanten: iedereen moet kunnen profiteren én – vooral ook - iedereen moet naar draagkracht bijdragen. Een samenleving blijft alleen robuust en overeind als iedereen begrijpt dat rechten alleen geclaimd kunnen worden als men daarnaast ook de plichten die daarbij horen accepteert. En dat is de plicht om datgene te doen om de basis van waaruit wij onze rechten claimen in stand te houden. U bent in de eerste plaats geen consument - ook al heeft de overheid u dat de afgelopen decennia wijsgemaakt - maar een medeverantwoordelijke burger die bijdraagt aan onze samenleving.
Mijn inleiding in het kort: ik neem u eerst mee in de welvaartsontwikkeling van de afgelopen generaties. Als tweede schets ik u wat ‘Den Haag’ met mijn advies doet en zou moeten doen en als derde ga ik u ervan overtuigen dat Nederland een Nationaal Akkoord voor Toekomstige Welvaart nodig heeft.




Hoe komen we tot onze welvaart?
Ik ben geboren in 1957, in de jaren van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Er was woningnood. In de Tweede Wereldoorlog ging een half miljoen woningen verloren en werd er nauwelijks gebouwd. Maar de vrede gaf velen optimisme voor de toekomst en er volgde een ware geboortegolf of babyboom. Mijn ouders huurden twee kamers op een bovenverdieping in Huizen. Daar zijn mijn oudste broer en ik ter wereld gekomen. We verhuisden naar een doorzonwoning en er volgden nog vier kinderen. We woonden daar met zijn achten, in een klein huis, en vormden een warm, hecht gezin.
Mijn vader werkte bij Philips Signaal in Huizen, het latere Thales. Wat betreft inkomen waren we denk ik een modaal gezin. In 1950 lag het Nederlandse bbp per hoofd op omgerekend zo’n 9.600 euro. Zo’n 40% van het huishoudbudget van mijn ouders, en de gemiddelde Nederlander met hen, werd uitgegeven aan voeding.
70 jaar later is ons bbp per hoofd gegroeid tot €47.500, en hoeven we nog maar 10% daarvan aan eten uit te geven. Deze welvaart wordt ook breed gedeeld: waar in de jaren ’80 bijna 20% van de kinderen opgroeide in armoede, is dat nu minder dan 5%. We hebben veel bereikt.
Niet alleen qua inkomens en materieel bezit ging Nederland erop vooruit. Tussen 1950 en 2020 steeg de levensverwachting met tien jaar, van 72 naar 82 levensjaren. Het gemiddeld aantal jaren gevolgd onderwijs steeg door van zeven jaar naar twaalf jaar gemiddeld per persoon.
Onze democratie bleef op hoog niveau volgens allerlei internationale ranglijsten. Ook steeg daarbij de participatie van vrouwen in gemeente- en provinciebestuur en Tweede en Eerste Kamer sterk.
Mijn moeder was een boerendochter die graag naar de stad wilde. In haar jonge jaren ging ze werken in de keuken bij een baron. Mijn ouders grepen de kansen die ze kregen, in een tijd van verzuiling, rangen en standen - een tijd waarin velen geloofden dat je als je voor een dubbeltje geboren bent, je nooit een kwartje kunt worden. Verwachtingen temmen was een manier om teleurstelling te vermijden. Toch maakten mijn ouders het voor mij en mijn broers en zussen mogelijk om door te leren, en ze moedigden ons daar actief toe aan. Vanaf mijn jeugd ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat scholing cruciaal is. Iedereen moet dezelfde kansen krijgen.
Ik heb mijn diploma voor registeraccountant vooral in de avonduren behaald. Niet omdat ik nu zo slim was of ben maar vooral door gedisciplineerd door te zetten. Tot mijn 40ste had ik het gevoel dat ik extra mijn best moest doen om mee te tellen. Dat veranderde pas wezenlijk toen ik bij ASML ging werken omdat het daar niet uitmaakte wie je was en waar je vandaan kwam. Het ging om wat je bijdroeg. Bijdragen aan het grotere doel van wat je samen probeerde te doen, dat is wat telde.
ASML werd opgericht in 1984 – dus 42 jaar geleden - als joint venture tussen Philips en ASM International, en kreeg als opdracht een door Philips ontwikkelde waferstepper te commercialiseren.
ASML had waarschijnlijk niet bestaan als het ministerie van Economische Zaken in dat oprichtingsjaar niet een Technisch OntwikkelingsKrediet (TOK) had verleend van 100 miljoen gulden (voor de jongeren in de zaal: 45 miljoen euro). ASML moest als het goed ging de lening terugbetalen, plus 7 % rente. Als het niet lukte was de Nederlandse Staat zijn geld kwijt. Gelukkig is het niet zo ver gekomen: ASML is gegroeid tot het grootste bedrijf van Europa, met een marktwaarde van meer dan 400 miljard euro.
ASML heeft zo inmiddels zijn waarde voor Nederland meer dan bewezen: in belastingafdracht, in werkgelegenheid, in een omvangrijke keten van toeleveranciers in Nederland, Europa en de rest van de wereld en in de prestige en strategische relevantie die ASML Nederland en de Europese Unie brengt. Niemand anders in de wereld kan de extreem ultraviolet of EUV-machines maken waarmee de nieuwste generaties chips te produceren zijn.
De Nederlandse staat verschafte het krediet na de oprichting van ASML twee jaar na het Akkoord van Wassenaar. De parallellen met nu zijn interessant. Het Akkoord van Wassenaar ontstond na een periode van economische tegenspoed. Tussen 1973 en 1982 raakte de Nederlandse economie in zwaar weer. De werkloosheid was hoog en investeringen daalden. Na twee oliecrises - en wie het nieuws volgt, herkent de echo - was de Nederlandse concurrentiepositie tot een dieptepunt gedaald.
Maar na het Akkoord van Wassenaar daalde de werkloosheid in Nederland veel sneller dan in de rest van Europa en herstelde de economie zich. Kern van het Akkoord was een deal tussen de voorzitter van VNO, Chris van Veen, en Wim Kok, de voorzitter van vakbond FNV. Het akkoord ontstond na jaren van polarisatie in het licht van tien jaar aanhoudende economische malaise en diverse adviesrapporten – zoals van Wagner, de toenmalige CEO van Shell, die in essentie pleitten voor afschaffen van de automatische looncompensatie en het sterk verminderen van de bemoeienis van de rijksoverheid.
Werkgevers en werknemers spraken af dat lonen gematigd werden in ruil voor betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Het nieuwe kabinet Lubbers sloot zich daarbij aan en ging zich veel minder dan vorige kabinetten bemoeien met loonpolitiek. Het akkoord wordt vaak gezien als het startpunt van economisch herstel na de crises van de jaren ’70. In de jaren daarna groeide de economie en daalde de werkloosheid aanzienlijk.
Hoewel er paralellen zijn, zijn er nu ook aanzienlijke verschillen. De werkloosheid is nu laag, het welvaartsniveau hoog, de staatsschuld laag en er is geen sprake van recessie. De economische groei is echter te laag om de onvermijdelijke stijging van de maatschappelijke kosten bij te houden. Denk aan de kosten van de zorg, klimaat, energie en veiligheid. Dit tegen de achtergrond van een wereld die zich niet langer verder tot global village integreert, maar zich heeft opgesplitst in verschillende wijken met ieder een eigen belang.
De wereld is uiteengevallen in elkaar beconcurrerende machtsblokken, waarbij niemand zal terugschrikken voor harde strijd. We zien het overal: op digitaal gebied gebruikt Amerika onze afhankelijkheden tegen ons. In hoogwaardige productie probeert China een onoverbrugbare voorsprong op te bouwen. En de oorlog in Iran legt onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen opnieuw pijnlijk bloot - de Straat van Hormuz als slagader van de wereldeconomie.
Europa, en Nederland daarbinnen, heeft in dit krachtenveld steeds minder gewicht in de schaal te leggen. Deze oorlog in Iran is ons, is de wereld overkomen. We hebben hem niet gekozen, maar we zullen wel met de gevolgen moeten leven. En die gevolgen zijn hard: energieprijzen die stijgen, een economie die onder druk komt te staan, huishoudens die het merken in hun portemonnee. Dat doet pijn. En die pijn is reëel.
Maar laat ik helder zijn: het domste wat we nu kunnen doen is die pijn proberen weg te poetsen met kunstgrepen. Benzineprijzen verlagen via accijnskortingen, energie subsidiëren om de rekening later te betalen - het is begrijpelijk als politieke reflex, maar het lost niets op. Het schuift de rekening door naar later, naar onze kinderen en onze kleinkinderen, en vergroot intussen onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in plaats van die te verkleinen.
De komende jaren zullen meer van dit soort onverwachte schokken komen. Daar moeten we eerlijk over zijn. Fasten your seatbelts, niet als doemdenken, maar als realisme. Een samenleving die weerbaar wil zijn, moet bereid zijn de broekriem aan te halen als het nodig is. Niet alleen de overheid, niet alleen het bedrijfsleven, maar iedereen. Het vredesdividend waarvan we lang hebben kunnen profiteren is voorbij, en herstel kost tijd. Precies daarom is een Nationaal Akkoord geen luxe, het is de enige manier om deze nieuwe realiteit geordend en met elkaar te dragen.
Hoewel we als Nederland en Europa steeds minder te bieden hebben, ben ik ervan overtuigd dat we nog steeds de kennis, de kunde en hopelijk de ambitie hebben om te voorkomen dat onze welvaart wegvloeit. Het is dus de hoogste tijd voor actie.
In mijn advies aan het kabinet geef ik aan dat Nederland minstens, dus minimaal, anderhalf procent economische groei nodig heeft, gemiddeld en structureel. Anders houden we onze welvaart niet overeind.
U kent ondertussen allen de oorzaken: onze bevolking vergrijst, kosten voor AOW en zorg stijgen daardoor fors door. We hebben ons vanwege alle spanningen in de wereld verplicht aan een nieuwe NAVO-norm. De kosten voor defensie nemen daardoor fors toe. Aan de andere kant – die van de inkomsten - stokt de groei van onze productiviteit en vlakt de economische groei komende decennia bij ongewijzigd beleid af.
Bij een economie die te weinig groeit, krijgt de rijksbegroting daarom te maken met steeds hogere tekorten. Dan kun je een tijdje nog je staatsschuld op laten lopen, maar iedereen snapt dat dit niet houdbaar is en blijft. Als u thuis steeds meer uitgeeft dan er bij u binnenkomt, staat op een gegeven moment de deurwaarder bij u op de stoep.
Andere oplossingen zijn de belastingen verhogen en bezuinigen op zorg, sociale zekerheid en onderwijs. Met andere woorden: de welvaart voor iedereen verlagen. Als de economische groei verder daalt naar gemiddeld een half procent per jaar - volgens een studie van de Nederlandsche Bank zeker niet ondenkbaar – gaat een gemiddeld huishouden er over tien jaar zeven duizend euro per jaar netto op achteruit.
D66, VVD en CDA presenteerden op vrijdag 30 januari hun coalitieakkoord. Het kabinet-Jetten trad vervolgens op maandag 23 februari aan. Geen gewoon kabinet met een meerderheid in de Tweede Kamer. Een minderheidskabinet met 66 zetels, dus steeds 10 zetels te werven bij de oppositie voor een meerderheid.
In de Eerste Kamer moet er in verhouding nog meer steun bij de oppositie gevonden worden, namelijk 16 senatoren voor een meerderheid. Wat we eigenlijk al vanaf het debat over de regeringsverklaring zien, is dat ‘Den Haag’ weer vervalt in ‘politieke koehandel’. Uiteraard hoort dat bij het politieke handwerk en de heersende mores. Afgezet tegen mijn advies zie je echter dat er weer hetzelfde dreigt te gebeuren als waar ik met nadruk voor waarschuw.
Om te beginnen ontstaan er wisselende meerderheden – met en zonder de coalitiepartijen - die op onderdelen tot een deal komen om bezuinigingen af te zwakken of geheel te schrappen. Daardoor ontstaan gaten in de rijksbegroting die gedicht moeten worden.
Nog minder investeren in ons verdienvermogen voor de toekomst wordt dan meestal de oplossing. Er is een sterke politieke motivatie om consumptie, belastingvoordelen en toeslagen overeind te houden. Rust in de portemonnee, zogezegd. Een tegengeluid is zeer impopulair en daar neemt niemand graag het voortouw in. Maar dat gaat bijna standaard ten koste van de investeringen die grote urgentie hebben voor onze toekomstige welvaart.
U kent allen nog het voorbeeld uit kabinet Rutte IV: een Tweede Kamermeerderheid die de benzine- en dieselaccijnzen langer verlaagde en de dekking daarvoor uit het Nationaal Groeifonds haalde. Dat is ‘korte -termijn- en -kiezers- te -vriend -houden- politiek’. Het doet mij altijd denken aan de verkiezingsleus van de TegenPartij van het satirische TV programma van de heren Van Kooten en De Bie uit de jaren 70 en 80: ‘Geen gezeik, iedereen rijk’. Je weet dat het niet kan, maar het klinkt wel lekker.
En dan kom ik bij mijn tweede punt van grote zorg. Mijn tweede punt van zorg is dat dit minderheidskabinet - ik leg even de nadruk op minderheid - een tussen de drie partijen dichtgetimmerd coalitieakkoord heeft gepresenteerd. Alsof het een meerderheidskabinet is, zou ik bijna zeggen. Belangrijk omdat als de coalitiepartijen het hier echt over eens zijn, er een goede kabinetsdynamiek kan ontstaan.
Maar als keerzijde, sla je het benodigde gesprek over wat de grootste problemen zijn, hoe die samenhangen en wat de voor- en nadelen van mogelijke oplossingen zijn aan de voorkant wellicht al dood. En krijg je dus regeren per motie, per afgezwakt coalitieplan, per tijdelijk politiek bondje. Met andere woorden: een lappendeken van te onsamenhangende maatregelen dat te weinig maatschappelijk vertrouwen zal ontmoeten.
Sombermans Peter Wennink, zult u zeggen. Laat ik dan met u naar het coalitieakkoord kijken en dit spiegelen met mijn advies. Het Centraal Plan Bureau rekende samen met het Planbureau voor de Leefomgeving dit coalitieakkoord door.
Het CPB komt tot de slotsom dat met de plannen van dit kabinet de economische groei gemiddeld 1,2% kan worden. Dus lager dan het streefdoel van het Kabinet-Jetten van minimaal 1,5% economische groei, wat ik ook aanbeveel. De consequenties hiervan zijn direct duidelijk in de doorrekeningen van het CPB. De grotere lasten, onder andere van de defensie-uitgaven, zorgen ervoor dat hoewel de economie in 2027 met 1,1% groeit, de koopkracht niet gaat stijgen. Dat bedoel ik dus: hoewel onze economie nominaal nog groeit, gaat de gemiddelde Nederlander dat niet in de portemonnee zien. 0% koopkrachtgroei. Voor alle duidelijkheid: dat was berekend vóór de verdere escalatie van het conflict in Iran. Liever streef je dus naar 2,0% economische groei, zodat Nederland weerbaarder is voor dergelijke externe schokken.
Ik wil niet te negatief zijn, ook omdat dit kabinet wel goede aanknopingspunten biedt in haar regeerprogramma voor een trendbreuk in het economisch beleid. Toch denk ik dan: ‘niet ambitieus genoeg’. Het nieuwe kabinet heeft de expliciete ambitie dat Nederland de sterkste economie van Europa wordt. Dat rijmt dan niet met elkaar. Dat neigt weer naar het gebruikelijke ‘overpromise and underdeliver’.
Dat zie ik ook bij de investeringsplannen van dit kabinet. Ik beveel een Nationale Investeringsbank aan met een startkapitaal van tien tot twintig miljard euro. Het kabinet komt met een Nationale Investeringsinstelling met een startkapitaal van drie tot vijf miljard euro, en volgens de CPB doorrekening van 3,3 miljard euro. Dat is gewoon te weinig.
Dat geldt ook voor een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie of in de woorden van het coalitieakkoord, het Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie. Vanuit mijn advies met een startkapitaal van anderhalf tot twee miljard euro. Het kabinet trekt een half miljard hiervoor uit.
En dat terwijl ik ervan overtuigd ben dat de financiële ruimte voor dit soort cruciale, op toekomstige welvaart gerichte investeringen, in voldoende mate in onze staatsschuld aanwezig is. Die kan best tijdelijk oplopen voor dergelijke investeringen. Want die verdienen zich dubbel en dwars terug.
Dan kom ik nu bij mijn pleidooi voor een Nationaal Akkoord voor Toekomstige Welvaart
Waarom is er een Nationaal Akkoord nodig om onze toekomstige welvaart op orde te krijgen? Ik geef u daarvoor in drie samenhangende categorieën argumenten:
Als eerste de argumenten uit mijn rapport: we hebben ons verdienvermogen niet op orde en onze economie zakt in hoog tempo weg als we niets doen! Er is grote Urgentie en dus actie nodig om onze welvaart te behouden. We hebben minstens 1,5% en liever 2,0% economische groei structureel nodig. Daarvoor moeten we, zoals ik uitgebreid in het rapport heb beschreven:
(1) de randvoorwaarden (regelgeving, talent, betaalbare energie en infrastructuur) nu echt en snel op orde krijgen en;
(2) investeren, investeren en nog eens structureel investeren in onze hoogproductieve strategisch relevante economische sectoren.
In de bijlage van mijn rapport staan 51 concrete projecten, ieder project samengesteld door een consortium van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden met een duidelijke en hoopvolle visie op innovaties in digitalisering, life-sciences, biotechnologie, energie, klimaat en veiligheid. De concrete, haalbare, onze economie versterkende plannen en het private kapitaal liggen klaar.
Om dat te bereiken zijn er politiek-bestuurlijke doorbraken nodig. Ik zie die te weinig en met de ‘Haagse’ ontwikkelingen van de afgelopen twee maanden zakken ze verder weg. Zoals uitgelegd: er ontstaan – net als in de afgelopen kabinetten – tijdelijke deals op onderdelen. Die zijn veelal niet genoeg, teveel gericht op deelcompromissen waardoor de samenhang verloren gaat. Te weinig, te onsamenhangend en daardoor onvoldoende effectief, te laat richting uitvoering en te weinig robuust om langjarig steun te hebben.
Daarnaast moet de effectiviteit van samenwerking tussen de ministeries naar een hoger niveau. De huidige verkokering is mijns inziens een van de belangrijkste belemmeringen voor een effectieve uitvoering van de aanbevelingen in het rapport. In het rapport is een aanbeveling opgenomen voor de aanstelling van een Regeringscommissaris Toekomstige Welvaart. Het kabinet en de ambtelijke top kiezen voor een andere oplossing. Ik zal de effectiviteit hiervan met gezonde belangstelling volgen.
(3) Als derde en wellicht belangrijkste punt wil ik het volgende zeggen: als Nederland kunnen wij mee voorop blijven lopen in de wereld, wij hebben de kennis en de kunde; het kan wel, maar het moet beter!
Wij zijn terecht gekomen in een maalstroom van grote sociaal- maatschappelijke en economische transities. Dit zijn veranderingen die historisch gezien meestal niet in één mensenleven gebeuren, maar gedurende meerdere generaties.
Ons succes om hier mee om te gaan is gebaseerd op ons vermogen hoe om te gaan met grote veranderingen. Hoe dat te doen ga ik met u delen, en is onlosmakelijk verbonden met mijn persoonlijke, professionele ervaringen.
Om een grote verandering goed te kunnen volbrengen moeten 4 vragen, helder, zonder ambiguïteit en in samenhang worden beantwoord:
1. Waarom is deze verandering nodig? Ik hoop dat dit tijdens deze lezing duidelijk is geworden
2. Wat gaat er veranderen? De grote mondiale transities zoals ik besproken heb, mogen dit duidelijk maken. Dat betekent prioriteit geven aan verdienvermogen. Dat betekent investeren in Nederlands talent, het wegnemen van economische blokkades zoals stikstof en netcongestie en de internationale concurrentie aangaan met onze hoogproductieve, strategisch relevante economische sectoren. In digitalisering en AI, life sciences en biotech, energie, klimaat en veiligheid. Niet versnipperd, maar samenhangend, gericht en langdurig.
3. Hoe gaan wij dit veranderen? Ook daar is in het rapport geprobeerd richting te geven, waarbij ik aanteken dat hier uiteraard smaakverschillen en politieke accenten kunnen en zullen optreden. Dat is aan de politiek, waarbij de duidelijkheid ten aanzien van punten 1 en 2 recht overeind moeten blijven staan.
4. Misschien wel de belangrijkste vraag: ‘What’s in it for me..?’ ofwel ‘Wat betekent dit voor mij?’ Elke verandering, groot of klein, wordt uiteindelijk gedragen door de acceptatie van de consequenties van de antwoorden op de vragen 1 tot en met 3, acceptatie door eenieder individueel en vooral ook als collectief, als samenleving.
Omdat deze lezing gaat over de Toekomstige Welvaart van ons land, kan het niet anders dan dat wij de laatste vraag moeten herformuleren van ‘What’s in it for me’ naar ‘What’s in it for US’ ofwel ‘Wat betekent dit voor ons allen?’
Dit in termen van het behoud van wat naar mijn mening de hoekstenen zijn van een verantwoordelijke samenleving: één waarin mensen fatsoenlijk werk hebben, waarin elk kind naar een goede school kan, waarin iedereen die zorg nodig heeft die op tijd krijgt en waarin er veiligheid is.
De acceptatie van de consequenties van de benodigde veranderingen en de onvermijdelijke maatschappelijke pijn die daarmee gepaard zal gaan zal hoger zijn als de druk die men voelt maar hoog genoeg is.
Dit is wat ik als financieel geschoold mens heb geleerd van de ingenieurs bij ASML: ‘Onder de JUISTE druk wordt alles vloeibaar’.
Nu is mijn vraag aan de samenleving, de sociale partners en de politiek ‘Zijn wij op het punt van de JUISTE druk aangekomen?’. Ik ben stellig van mening van wel.
HET IS TIJD..! DE HOOGSTE TIJD!

Als je nu niet wakker bent geworden ‘Then you should know what you wish for’.
Daarom mijn oproep voor het sluiten van een Nationaal Akkoord op de uitdagingen en oplossingsrichting van de grote mondiale transities.
Daartoe roep ik de sociale partners, werkgevers en werknemers, en de politieke partijen die de verantwoordelijkheid voelen, op om in eerste instantie in gezamenlijkheid ondubbelzinnig antwoord te geven over het waarom en het wat. Het eensluidende antwoord op de vragen waarom deze verandering nodig is en wat er gaat veranderen vormt het fundament onder dit Nationaal Akkoord.
Om vervolgens in gesprek te gaan over het ‘Hoe’, waaronder verdeling van de lusten en de lasten met het uiteindelijke doel te accepteren dat de consequenties moeten worden aanvaard om deze verantwoordelijke samenleving voor ons, onze kinderen en kleinkinderen in stand te houden.
Waarbij de reikwijdte en breedte van dit akkoord ervoor moet zorgen dat de democratische legitimatie (instemming Tweede en Eerste Kamer bij elke stap) goed verankerd is. De politieke verantwoordelijkheid voor het beantwoorden van de te stellen vragen en het accepteren van de veranderingen ligt ten slotte niet uitsluitend bij een minderheidskabinet, maar zeker ook bij onze gehele volksvertegenwoordiging.
Laat ik naar een afsluiting gaan.
We leven in turbulente tijden: toenemende mondiale spanningen, politieke versnippering, maatschappelijke polarisatie, stokkende energie- en klimaattransitie, en een welvaart die voor velen te vanzelfsprekend is geworden.
Tegelijkertijd kampt Den Haag met structurele bestuurlijke problemen: kabinetten die te kort leven, beleid dat door verkokering binnen de overheid onvoldoende samenhangt, en een neiging om moeilijke keuzes voor zich uit te schuiven.
In mijn advies heb ik laten zien dat Nederland minstens 1,5 procent, maar beter nog 2 procent economische groei nodig heeft om de welvaart voor huidige en toekomstige generaties te behouden. Dat vraagt om structurele investeringen in onderwijs, innovatie, infrastructuur en de energietransitie.
Het kabinet-Jetten - inmiddels 51 dagen onderweg- heeft stappen gezet, maar is nog niet ambitieus genoeg in de uitvoering en te afhankelijk van wisselende politieke steun.
Het Akkoord van Wassenaar liet zien dat Nederland in staat is om, in tijden van crisis, over politieke en maatschappelijke grenzen heen tot een duurzame deal te komen. Mijn rapport laat zien dat er een grote crisis op komst is. Dat kunnen we blijven ontkennen en we kunnen te weinig blijven doen om het tij te keren; maar dan zullen we de consequenties daarvan moeten aanvaarden en verantwoording dienen af te leggen aan onze toekomstige generaties. De urgentie is er nu en velen van u voelen die ook. Zoveel is mij wel duidelijk geworden bij het schrijven, presenteren en opvolgen van mijn rapport.
Ik ben ervan overtuigd dat ons land nog steeds het vermogen heeft om over politieke en maatschappelijke grenzen tot een akkoord te komen. Maar we moeten wel durven en het lukt alleen als we het samen doen. Werkgevers en werknemers en de politiek. Dat vergt leiderschap en politieke moed.
Een Nationaal Akkoord voor Toekomstige Welvaart is geen wondermiddel.
Het biedt wél wat we nu het hardst nodig hebben: continuïteit, samenhang en brede maatschappelijke medeverantwoordelijkheid voor de koers die we de komende tien tot twintig jaar moeten varen.
Een koers die we varen zodat onze kinderen en kleinkinderen in een samenleving kunnen opgroeien waar iedereen werk heeft, waarin alle kinderen onderwijs krijgen, waar iedereen die dat nodig heeft gebruik kan maken van zorg en waar iedereen veilig is, zowel fysieke en digitale veiligheid als klimaat- en culturele veiligheid.
Ik ben ervan overtuigd dat dit kan. Ik ben van nature een optimist, maar ik ben wel een optimist die zich zorgen maakt. Maar ik ben overtuigd dat dit kan omdat ik heb gezien, bij ASML en elders, wat er mogelijk is als mensen met uiteenlopende achtergronden en belangen samen aan één doel werken. En omdat ik geleerd heb dat onder de juiste druk alles vloeibaar wordt.
Het komt er nu op aan. Dank u wel.
