Rapport Wennink logo
English version

© 2026 - Rapport Wennink / Download rapport (PDF)

AANBEVELINGEN

Hier vindt u alle aanbevelingen uit de drie delen van het Rapport Wennink op een rij. Voor het gehele rapport zie de volgende link: rapport Wennink (PDF).

Conclusies en aanbevelingen

De risicomijdende reflex van de Nederlandse overheid zorgt ervoor dat het volgen van procedures inmiddels meer aandacht krijgt dan het bereiken van maatschappelijke doelen. Om het Nederlandse concurrentievermogen te versterken en vooruitgang te boeken op de grote maatschappelijke transities moet hierin een nieuwe balans worden gevonden. Als de Nederlandse overheid productiviteitsgroei en strategische relevantie wil bewerkstelligen, moet ze in de eerste plaats weer ten dienste komen te staan van deze doelen. Binnen Europa moet Nederland het voortouw nemen in deze ommekeer.

1. Forceer een doorbraak in het stikstofdossier

Volg de visie in het Rapport Remkes (2022) om een structurele oplossing te bieden aan het stikstofprobleem. Stel direct een plan op met als minimale elementen concrete, afdwingbare doelstellingen, een ambitieus tijdpad en voldoende budget voor herstructurering van de veehouderij en natuurherstel zodat stikstofreductie juridisch geborgd is.

Begin direct in 2026 met zowel vrijwillige als verplichtende maatregelen op lokaal en nationaal niveau om vergunningverlening op gang te brengen. Durf hierin direct harde keuzes te maken, bijvoorbeeld met verplichte uitkoop.


2. Zorg voor ruimte voor ontwikkeling van bedrijven

Pak de nationale regie terug voor projecten die van groot economisch en strategisch belang zijn voor Nederland. Wijs hiervoor locaties aan, en implementeer gedoogconstructies voor parallelle bouw en vergunningsverlening.

Verplicht gemeenten voldoende grond voor bedrijven uit te geven.


3. Verkort de vergunningverlening en zorg voor consistente omgevingsregels.

Veranker wettelijk nationale regie op belangrijke economische thema’s en projecten, via een gerichte wijziging van de Omgevingswet of een aparte versnellingsregeling voor cruciale projecten, zodat de benodigde versnelling ontstaat om structurele groei van minimaal 1,5% tot 2,0% te realiseren.Veranker wettelijk nationale regie op belangrijke economische thema’s en projecten, via een gerichte wijziging van de Omgevingswet of een aparte versnellingsregeling voor cruciale projecten, zodat de benodigde versnelling ontstaat om structurele groei van minimaal 1,5% tot 2,0% te realiseren.

Uniformeer de toepassing van de Omgevingswet en versnel vergunningstrajecten door landelijke kaders en succesvolle regionale best practices breed toe te passen. Waar gemeenten en regio’s de nodige snelheid niet kunnen realiseren, moet het Rijk kunnen ingrijpen om besluitvorming te versnellen.

Behandel ruimte voor bedrijven vergelijkbaar met woningbouw. Beperk ook hier de looptijd van beroeps- en bezwaarprocedures en implementeer een Wet Regie Bedrijven om de doorlooptijd van vergunningen voor bedrijven te verkorten.


4. Herzie regelgevende kaders met het oog op innovatie

Maak gebruik van regulatory sandboxes om innovatie te stimuleren in maatschappelijk belangrijke sectoren. Zorg voor genoeg capaciteit bij toezichthouders om dit te ondersteunen.

Schrap nationale koppen op EU-regelgeving. Doe niet meer, maar ook niet minder, en kies voor lastenluwe transpositie naar het nationaal recht. Werk samen met omliggende landen om op onderwerpen van strategisch belang de integratie te versnellen en wetgeving te harmoniseren.

Stap per direct af van de strikt boekhoudkundige toepassing van de definitie ‘onderneming in moeilijkheden’ in het verlenen van staatssteun en pas een proportionaliteitstoets toe voor start- en scale-ups. Benut, net als andere lidstaten, de maximale interpretatieruimte en uitzonderingsmogelijkheden binnen de wetgeving en neem op EU-niveau het voortouw in modernisering van deze definities.


5. Voorkom nieuwe barrières

Voorkomt dat bedrijven, woningbouw en andere projecten gaan vastlopen op de Kaderrichtlijn Water in 2027. Trek lessen uit het stikstofdossier. Breng de risico’s in kaart en ga snel en daadkrachtig aan de slag met een juridisch geborgde oplossing.


6. Vereis excellentie in het onderwijs

Stuur scherp op kwaliteit in de hele onderwijsketen. Bied minder vrijheid op cruciale onderwerpen zoals de basisvaardigheden, en verplicht het gebruik van bewezen effectieve onderwijsmethoden. Veranker dit in het toezichtskader.

Investeer gericht op kwaliteitsverbetering. Begin bij de opleidingen voor leraren en schoolleiders. Versterk carrièremogelijkheden voor excellente leraren, zeker in het vmbo.

Halveer de administratieve lasten in het onderwijs.


7. Prioriteer het aanbod van STEM-talent

Veranker techniek en digitale geletterdheid in de curricula van het basis- en voortgezet onderwijs. Zorg er specifiek voor dat meisjes en vrouwen worden gestimuleerd in technische en digitale interesses.

Verhoog de structurele financiering van techniek in alle lagen van het onderwijs, van mbo tot universiteit. Zorg er hiermee voor dat STEM-opleidingen hun numerus fixus kunnen ophogen of afschaffen en de kwaliteit van de opleiding kunnen verhogen.

Stel een concrete doelstelling voor beschikbaarheid van STEM-talent. Stuur vervolgens via bekostiging en beleid het talentaanbod zo, dat het aansluit op wat de economie nodig heeft om haar hoogproductieve sectoren te bemensen.

Beperk de instroom van opleidingen met beperkt arbeidsmarktpotentieel en maatschappelijke baten.


8. Trek internationaal talent aan dat aansluit bij de Nederlandse opgaves

Investeer in een actief en gericht migratie- en vestigingsprogramma dat buitenlands talent stimuleert om naar Nederland te komen en hier te blijven werken. Richt deze inzet vooral op sectoren met de grootste tekorten, zoals techniek, ICT, energie en biomedische technologie, en ontmoedig laagproductieve arbeidsmigratie.

Behoud en verbreed fiscale voordelen voor kenniswerkers, zoals de 30%-regeling.

Maak het financieel aantrekkelijk voor studenten van buiten de EU om hier STEM-opleidingen te volgen.


9. Veranker up- en reskilling structureel in onze arbeidsmarkt

Creëer publiek-private scholingsprogramma’s, zodat omscholing beter aansluit bij de vraag van de arbeidsmarkt. Geef hier specifieke aandacht aan kraptesectoren en productiviteitsverhogende vaardigheden als digitalisering, AI-implementatie en procesinnovatie.

Maak om- en bijscholing fiscaal aantrekkelijk voor werkgevers en werknemers op dezelfde manier als dat nu wordt gedaan voor R&D.

Richt regionale productiviteitscentra op die het mkb ondersteunen bij de adoptie en implementatie van technologie, zodat nieuwe ontwikkelingen in elke regio sneller en beter worden toegepast in het bedrijfsleven.


10. Herzie het socialezekerheidsstelsel naar de uitdagingen van de 21e eeuw

Introduceer een modern ‘flexicurity’-model dat bedrijven ruimte biedt voor wendbare en innovatieve bedrijfsvoering, zonder dat werkenden hun fundamentele sociale zekerheden verliezen. Zorg in de ontwikkeling voor breed draagvlak met sociale partners. Schaf het tweede jaar van doorbetaling bij ziekteverzuim door werkgevers af.

Hervorm de transitievergoeding die bij ontslag wordt ontvangen. Koppel deze aan de ontwikkeling van een fiscaal aantrekkelijk persoonlijk ontwikkelbudget, zodat mensen werken of leren.

Richt de inzet van van-werk-naar-werktrajecten op kritieke tekortsectoren zoals zorg, ICT en techniek.


11. Los de netcongestiecrisis op

Versterk de nationale regie op grond: stuur vanuit de Rijksoverheid op de aanleg van energie-infrastructuur op de meest efficiënte plekken. Versnel locatietoewijzing, grondaankoop, en vergunningverlening tot het absolute minimum en stel maximale bezwaar- en beroepstermijnen.

Maak flexibel netgebruik bij grootverbruikers de norm door financiële en regelgevende barrières weg te nemen. Subsidieer, waarbij de kosten voor het bedrijf en de baten voor de bredere economie niet evenredig zijn verdeeld. Creëer ook bij kleine verbruikers financiële prikkels voor flexibel netgebruik, bijvoorbeeld in het opladen van elektrische auto’s.

Verlaag de eisen aan stabiliteit van het net om meer ruimte te creëren binnen de bestaande capaciteit.

Gebruik onze bestaande gascapaciteit pragmatisch als transitietechnologie: geef strategische gelegen installaties een helder toekomstperspectief om piekbelasting op te vangen en het net te ontlasten.


12. Verlaag energieprijzen op de korte en lange termijn

Verlaag op korte termijn de energiebelasting op elektriciteit voor industriële grootverbruikers naar het Europees minimumtarief, in lijn met de plannen van Draghi en de Europese Commissie.

Demp stijgende nettarieven door congestiemaatregelen zo snel mogelijk te implementeren. Stimuleer actief energie-innovatie; van onderzoek tot demonstratie en grootschalige implementatie. Doe dit zowel voor decentrale oplossingen, als voor systeemtechnologieën, waaronder SMR’s en waterstof-elektrolyse. De overheid moet hierbij optreden als launching customer om doorbraken te versnellen en investeringen te genereren.

Zorg dat de energieprijs in Nederland maximaal op hetzelfde niveau als in Duitsland en België ligt. Belast Nederlandse bedrijven niet zwaarder dan concurrenten in buurlanden, bijvoorbeeld door een nationale CO2-belasting.


13. Creëer ketenbreed toekomstperspectief in industrie en energie

Ontwikkel een Nationaal Energieplan dat samen met de industrie duidelijke keuzes maakt over de toekomstige energiemix, de benodigde infrastructuur, de energie-innovatie en regelgevingsaanpassingen die hiervoor nodig zijn.

Gebruik innovatieve instrumenten als contracts-for-difference om tegen beperkte kosten tweezijdige zekerheid te bieden.


14. Behoud strategisch relevante energie-intensieve industrie

Identificeer concreet de sectoren die binnen Nederland en Europa behouden moeten blijven om risicovolle strategische afhankelijkheden te vermijden.

Bied deze sectoren concreet toekomstperspectief, door een combinatie van Europese vraagcoördinatie, bescherming tegen Chinese dumping, en coördinerende ondersteuning in verduurzaming. Breid het Europese CBAM-mechanisme stapsgewijs uit zodat producten geïmporteerd van buiten de EU vergelijkbare CO2-kosten hebben.


15. Creëer een nationaal plan ter versterking van de innovatie-ecosystemen

Zorg voor structurele financiering van kennisinfrastructuur binnen de belangrijkste ecosystemen, zoals cleanrooms, rekencapaciteit en campussen om innovatie te stimuleren. Ontwikkel hiervoor samen met de kennisinstellingen, het bedrijfsleven en de regio een nationaal plan dat de ontwikkeling, weerbaarheid, samenhang en benutting van deze infrastructuur borgt. Zet hier de ruimte van 1,5% binnen het NAVO-kader van 5% voor in.

Bied structurele cofinanciering voor academische spin-offcreatie, gekoppeld aan ondernemerschapsvriendelijke randvoorwaarden. Bundel de krachten van TTO’s in één nationale TTO.

Maak Project Beethoven geen unicum, maar werk structureel publiek-privaat samen om knelpunten in groei en innovatie in deze ecosystemen op te lossen.


16. Bied de mainports langjarig toekomstperspectief

Koppel luchtvaartbelasting aan fondsen voor verduurzaming en modernisering, zodat Schiphol voorop kan lopen in verduurzaming en het geld terugvloeit naar de Nederlandse economie.

Ondersteun de verdere ontwikkeling en verduurzaming van de Rotterdamse haven door ruimte te bieden en verdere zeewaartse uitbreiding mogelijk te maken.


17. Versterk de Nederlandse digitale infrastructuur

Organiseer en financier publiek-private samenwerkingen om op korte termijn te investeren in intercontinentale en intra-Europese zeekabels.

Prioriteer ruimte en energievoorziening voor (co-locatie) datacenters. Werk samen met gemeenten om ruimte en netcapaciteit slim te gebruiken, maar voer centrale regie op de benodigde capaciteit.


18. Bouw aan een stabiel investeringsklimaat

Stel realistisch beleid op dat de jaarlijkse begrotingscyclus overstijgt en houd daaraan vast. Versterk publiek-private samenwerking, bijvoorbeeld rondom grote infrastructurele projecten, om het vertrouwen tussen overheid en investeerders te vergroten.


19. Creëer een stabiel en stimulerend fiscaal stelsel

Verlaag de effectieve marginale belastingdruk op arbeid en winst door ondoelmatige fiscale regelingen af te schaffen. Harmoniseer onze fiscaliteit met concurrerende EU-lidstaten.

Stimuleer investeringen door behoud van innovatiestimulerende wetgeving en het verruimen van de investeringsaftrekregeling voor investeringen in innovatieve sectoren.

Introduceer een fiscaal aantrekkelijke Nederlandse equivalent van de Zweedse investeringsspaarrekening om spaargeld van huishoudens te activeren en te koppelen aan nationale investeringsprioriteiten.


20. Dwing creatie van de Europese kapitaalmarktunie af

Dwing de creatie van een Europese kapitaalmarktunie af voor 2028, inclusief een Europese spaar- en investeringsunie.

Als er geen consensus kan worden bereikt op EU-niveau, moet Nederland met andere voorstanders het initiatief nemen en beginnen met een coalition of the willing die op kleinere schaal harmonisatie-initiatieven onderneemt.


21. Versterk het Nederlandse durfkapitaalecosysteem

Zorg met meer fondsinvesteringen ervoor dat Nederlandse fondsen voldoende schaal kunnen bereiken om groeikapitaal te verlenen aan snelgroeiende bedrijven.

Vergroot de expertise in de markt door middel van een ‘ondernemers voor ondernemers’ herinvesteringsregeling.

Verleen meer gerichte ondersteuning aan first-time fondsmanagers uit ondervertegenwoordigde groepen en fondsmanagers die zich richten op het onderontwikkelde deeptechsegment.


22. Investeer in de Nederlandse economie

Reken de kosten van de randvoorwaarden die nodig zijn om de groei van minimaal 1,5% tot 2,0% te realiseren volledig door. Neem deze op in de begroting. Prioriteer expliciet voor een hoogproductieve economie. Zet schaarse middelen in voor hoogproductieve sectoren boven laagproductieve activiteiten.

Demp de kostenstijgingen van consumptieve uitgaven in de rijksbegroting en vermijd incidentele koopkrachtverhogingen ten koste van investeringen in de toekomstige welvaart van Nederland.

Verkoop niet-strategische staatsdeelnemingen en gebruik de opbrengsten voor noodzakelijke investeringen in de randvoorwaarden of een kapitaalstorting in de Nationale Investeringsbank of een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie (zie paragraaf 5.3). Voorkom het gebruik hiervan voor consumptieve uitgaven.

Sta toe dat staatsschuld stijgt voor noodzakelijke investeringen met bewezen rendement en grote maatschappelijke baten, zoals in energie-infrastructuur, kennis en innovatie.


23. Creëer een begrotingssystematiek die de baten van investeringen correct waardeert

Stimuleer, met inachtneming van hun onafhankelijkheid, de verdere ontwikkeling van economische ramingsmodellen bij de planbureaus en kennisinstellingen, zodat langetermijneffecten van productiviteitsverhogende investeringen - zoals in R&D - beter kunnen worden meegewogen in begrotings- en beleidsbeslissingen.

Voer op basis hiervan binnen het begrotingsbeleid een systematiek in waarbij duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen consumptieve uitgaven en investeringen. Toets en prioriteer beleidsvoorstellen met een grote financiële impact standaard op basis van hun bijdrage aan de noodzakelijke economische groei van minimaal 1,5% tot 2,0% per jaar.


24. Richt een Nationale Investeringsbank op

Integreer Invest-NL en Invest International tot één slagkrachtige instelling met een kernkapitaal van € 10 tot 20 miljard. Plaats deze bank op afstand van de politiek, met een professioneel financieel bestuur.

Zorg dat deze bank samen met partijen op de financiële markt de innovatie- en industrialisatieketen financiert. Laat de bank hiertoe op grote schaal privaat kapitaal activeren om publieke contributies te dempen.

Focus in het mandaat van de instelling op het financieren van strategische projecten en randvoorwaardelijke infrastructuur binnen de vier strategische domeinen in dit rapport.


25. Richt een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie op

Organiseer het NABI als autonome publieke organisatie, op afstand van de overheid, met een zelfstandig meerjarig budget van € 1,5 tot 2,0 miljard, en een heldere missie om baanbrekende innovaties te realiseren binnen de vier domeinen van dit rapport.

Treed als overheid op als launching customer. Leg in een nationale strategie voor publieke inkoop vast dat een vast percentage van het inkoopbudget wordt besteed aan innovatiegerichte oplossingen, waaronder die van het NABI.


26. Maak toekomstige welvaart chef sache

Maak de minister-president eindverantwoordelijk voor toekomstige welvaart en het bereiken van 1,5 tot 2,0% groei. De koers op dit dossier moet vanuit de minister-president komen, vanuit een duidelijke, door het kabinet gedragen agenda.

Laat daarom de minister-president, in plaats van de minister van Financiën, verantwoording afleggen over deze doelen op verantwoordingsdag.


27. Doorbreek departementale verkokering

Stel een onafhankelijke, wettelijk verankerde Commissaris Toekomstige Welvaart aan met een zevenjarig mandaat. Voorzie deze regeringscommissaris van een slagvaardige uitvoeringsunit, een eigen fonds en goede verbinding met de rapid-delivery teams binnen departementen om vastgelopen dossiers, randvoorwaarden en investeringsprojecten te versnellen.

Richt een ministeriële commissie Toekomstige Welvaart op.

Keer departementale splitsingen die om politieke redenen zijn doorgevoerd terug, te beginnen met één ministerie van Economische Zaken, Handel en Energie.


28. Institutionaliseer publieke-private dialoog

Richt een Nationaal Investeringsberaad op met de minister-president als voorzitter dat strategische knelpunten en kansen in de Nederlandse economie agendeert.


29. Maak de rijksdienst eenvoudiger, deskundiger en wendbaarder

Versimpel regelgeving en standaardiseer processen zodat minder afstemming, minder ambtenaren en minder controle nodig zijn in alle overheidslagen.

Draag een cultuurverandering uit waarin risico’s nemen wordt beloond. Moedig het ambtelijk apparaat aan om te ondernemen en experimenteren, zodat de overheid innovatiever wordt in het realiseren van politieke doelstellingen.